Details
Naam
Stationsweg 24-26, Haren






Aantal afbeeldingen: 6
IntroductieWederom een stijlvol ontwerp van de lokale architect Joh. Prummel!
AdresStationsweg 24-26
Postcode(s)9751 CC
PlaatsHaren
LandNederland
Vervaardiger Joh. Prummel (Architect)
Datum1926
Opdrachtgever R. van der Meer
Type objectGebouw
AchtergrondHaren, gunstig gelegen op de zandgronden van de Hondsrug en nabij de stad Groningen, koos begin vorige eeuw voor uitbreiding van het dorp met de bouw van villa’s voor hogere middeninkomens: forenzende Stadjers, rentenierende boeren, Indiëgangers. Vanaf 1910 kwam Tuinstad Helpman Haren aan de noordkant van de gemeente tot ontwikkeling, maar vijf jaar later werd dit gebied toegevoegd aan de gemeente Groningen. Als compensatie legde de stad een elektrische tramlijn aan naar Haren, een forse impuls voor de bereikbaarheid.
Terwijl kleine ontwikkelaars in het dorp het ene na het andere bouwproject ter hand namen, werkte Haren aan een nieuw uitbreidingsplan. Dat verliep met zoveel bestuurlijke hobbels, dat de gemeenteraad pas in 1935 het plan voor de “Tuinstad van het Noorden” kon vaststellen. Het bood ruimte aan een groei van 7.000 naar 35.000 inwoners, maar is door de economische crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog slechts voor een klein deel uitgevoerd.
Dit dubbele woonhuis is een ontwerp van de lokale architect Joh. Prummel. Op de bouwtekening staat geen bouwjaar; daarvoor is de bron de website Kadastrale Kaart.
Terwijl kleine ontwikkelaars in het dorp het ene na het andere bouwproject ter hand namen, werkte Haren aan een nieuw uitbreidingsplan. Dat verliep met zoveel bestuurlijke hobbels, dat de gemeenteraad pas in 1935 het plan voor de “Tuinstad van het Noorden” kon vaststellen. Het bood ruimte aan een groei van 7.000 naar 35.000 inwoners, maar is door de economische crisis van de jaren dertig en de Tweede Wereldoorlog slechts voor een klein deel uitgevoerd.
Dit dubbele woonhuis is een ontwerp van de lokale architect Joh. Prummel. Op de bouwtekening staat geen bouwjaar; daarvoor is de bron de website Kadastrale Kaart.
BeschrijvingHet dubbele woonhuis biedt een ongewoon asymmetrisch aanzicht doordat de erker van het rechterhuis (nr. 26) overdwars op de hoek van het gebouw staat, terwijl de erker van het linkerhuis een normale positie in de gevel inneemt. Verder zit de entree van het rechterhuis zoals gebruikelijk aan de straatzijde van het gebouw, terwijl de deur van het linkerhuis aan de zijkant zit. Achter de voorgevel lijken de plattegronden van beide woningen overigens sterk op elkaar.
De mansardekap van zwarte dakpannen is twee verdiepingen hoog; aan de zijkanten onderbroken voor doorgetrokken muren die de slaapkamerverdieping ruimer maken. Aan de straatzijde is een spitsboogvormige uitbouw, voorzien van een houten betimmering, twee dubbele ramen met horizontale roedes in het bovenlicht en bloembakken. Alle daklijsten zijn breed en wit, aan de zijkant van het linkerhuis in meerdere ‘lagen’.
Het gebouw bestaat uit bruinrode bakstenen, in het trasraam gemengd met donkerbruine. Boven de entree van nr. 26 zit een luifel die visueel doorloopt in het dak van de erker van het linkerhuis. Zowel de entreedeur als het (bredere) bovenlicht is voorzien van fraai glas in lood met witte accenten. Aan de rechterkant van de deur is een rechthoekig accent van verticale bakstenen. Opmerkelijk voor een huis uit de jaren twintig is dat de erkers al in het ontwerp geen enkele roede-indeling hebben.
De zijkanten van beide woningen hebben net als de voorkant een houten betimmering. De ramen daar en aan de achterzijde hebben een horizontale roedeverdeling.
De mansardekap van zwarte dakpannen is twee verdiepingen hoog; aan de zijkanten onderbroken voor doorgetrokken muren die de slaapkamerverdieping ruimer maken. Aan de straatzijde is een spitsboogvormige uitbouw, voorzien van een houten betimmering, twee dubbele ramen met horizontale roedes in het bovenlicht en bloembakken. Alle daklijsten zijn breed en wit, aan de zijkant van het linkerhuis in meerdere ‘lagen’.
Het gebouw bestaat uit bruinrode bakstenen, in het trasraam gemengd met donkerbruine. Boven de entree van nr. 26 zit een luifel die visueel doorloopt in het dak van de erker van het linkerhuis. Zowel de entreedeur als het (bredere) bovenlicht is voorzien van fraai glas in lood met witte accenten. Aan de rechterkant van de deur is een rechthoekig accent van verticale bakstenen. Opmerkelijk voor een huis uit de jaren twintig is dat de erkers al in het ontwerp geen enkele roede-indeling hebben.
De zijkanten van beide woningen hebben net als de voorkant een houten betimmering. De ramen daar en aan de achterzijde hebben een horizontale roedeverdeling.
InterieurIn het interieur van nr. 26 zitten nog enkele originele elementen, zoals de fraai vormgegeven houten trapleuning en binnendeuren met zowel kleurloos aks gekleurd glas in lood.
Recente ontwikkelingenDe originele gemetselde schoorstenen van dit pand zijn vervangen door een simpeler oplossing. Het vierkante raampje links van de overdwarse erker is later toegevoegd.
Bronnen
Joost Kingma, Tuinstad Haren, Bouwlust in de jaren '30 (Passage, 2008).
Ingezonden door Joop de Haan
Professionele of persoonlijke bandEen kleine afwijking van het Drenthepad leverde mijn wandelgenoot en mij onder meer een kennismaking met dit gebouw op.
Gerelateerde objecten