Details
Naam
Gereformeerde kerk, Oostwold

















































Aantal afbeeldingen: 50
IntroductieKerkgebouw in het Oost-Groningse Oostwold, herkenbaar aan zijn karakteristieke en unieke naald.
AdresGoldhoorn 8
Postcode(s)9682 XN
PlaatsOostwold
LandNederland
Vervaardiger C.H. van Wijk (Architect)
D. Broos (Architect)
D. Broos (Architect)
Datum1930
Huidige staatGerealiseerd
OpdrachtgeverGereformeerde Kerk
Huidige eigenaarProtestantse gemeente Nieuwolda-Oostwold
Oorspronkelijke functieKerk
Huidige functieKerk
Type objectRijksmonument, Gebouw
Monumentnummer522106
AchtergrondDeze gereformeerde kerk werd in 1930 in het Oost-Groninger Oostwold (Oldambt) gebouwd naar ontwerp van de architecten Van Wijk en Broos. Dit was een jong bureau, opgericht in 1926 door de architecten Derk Broos en C. van Wijk. Derk Broos was opzichter geweest bij Egbert Reitsma. Het bureau ontwierp, beïnvloed door het werk van Reitsma, onder andere een aantal gereformeerde kerken, waaronder die van Oldehove (1929), ten westen van Sauwerd. Verder werd het bureau onder meer bekend van de Groen van Prinstererschool aan de Oliemuldersweg in Groningen stad. Naast invloed van Reitsma zien we bij de kerk van Oostwold invloed van het werk van de Amsterdamse kerkbouwer B.T. Boeyinga, met name diens kerk in Haarlem.
De bouw kostte destijds ƒ17.500,--. De documenten uit het archief van Scheemda, die bij de ontwerptekeningen bewaard worden, zijn ondertekend door de architect Van Wijk, maar of er bij het ontwerp ook een inbreng van Broos is geweest, is niet bekend. Gezien zijn relatie met de kerkbouwer Reitsma, zou je vermoeden dat Broos de aangewezen persoon is geweest om een kerk te ontwerpen.
De Gereformeerde kerk van Oostwold is ontstaan in de Doleantieperiode, in 1889, de kerkscheuring die plaatsvond onder leiding van dominee Abraham Kuyper. Tijdens de afscheiding (1834) waren er slechts enkelingen die naar de kerk van Midwolda gingen. Het ontstaan van de kerk in Oostwold ging niet over de te volgen leer. De kleine luiden, het gewone volk, hadden binnen de Hervormde kerk geen stemrecht - men betaalde wel een vaste bijdrage maar had verder niets te zeggen. Toen de kleine luiden het stemrecht uiteindelijk hadden verkregen, waren het de notabelen die het hun moeilijk gingen maken. In 1885 waren de eerste besprekingen over de te volgen koers om te komen tot stichting van de Gereformeerde Kerk in Oostwold. Een tiental gezinnen gaf gehoor aan het beleid en zo werden de eerste diensten gehouden bij particulieren thuis. Al gauw werd de ruimte te klein en keek men uit naar een stuk grond om daar een kerkgebouw neer te kunnen zetten.
De eerste kerk werd gebouwd aan de Noorderstraat en kreeg de naam "Pro Rege" (voor de Koning). Het bood 225 zitplaatsen en hier vonden in 1889 de eerste diensten plaats. Een ovale steen uit 1889 uit dit gebouw is aangebracht in de vestibule van de huidige kerk. In de jaren 1900 en later werd meerdere malen verzocht te komen tot verbouw dan wel nieuwbouw van het kerkgebouw. Het aantal kerkleden groeide gestaag. In 1930 werd er een bouwvergunning aangevraagd voor de bouw van een kerk aan de Goldhoorn. Op 17 februari 1930 startte men met de bouw van de nieuwe kerk. Het kerkgebouw met 345 zitplaatsen werd al op 13 november in het zelfde jaar in gebruik genomen.
De kerk werd in 2005 aangewezen als rijksmonument omdat zij geldt als voorbeeld van een Gereformeerde kerk uit 1930 in de provincie Groningen met Amsterdamse School-elementen; vanwege de markante vormgeving en detaillering; vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur; vanwege de waardevolle interieuronderdelen; vanwege de markante ligging; als opvallend voorbeeld binnen het oeuvre van de architecten Van Wijk en Broos. De kerk is het jongste monument in de Gemeente Oldambt.
N.B. In het boekje De schoonheid van het detail. De Amsterdamse School in de provincie Groningen (Groningen, 2000) wordt het ontwerp van de kerk ten onrechte aan de architect Berend Jager toegeschreven.
De bouw kostte destijds ƒ17.500,--. De documenten uit het archief van Scheemda, die bij de ontwerptekeningen bewaard worden, zijn ondertekend door de architect Van Wijk, maar of er bij het ontwerp ook een inbreng van Broos is geweest, is niet bekend. Gezien zijn relatie met de kerkbouwer Reitsma, zou je vermoeden dat Broos de aangewezen persoon is geweest om een kerk te ontwerpen.
De Gereformeerde kerk van Oostwold is ontstaan in de Doleantieperiode, in 1889, de kerkscheuring die plaatsvond onder leiding van dominee Abraham Kuyper. Tijdens de afscheiding (1834) waren er slechts enkelingen die naar de kerk van Midwolda gingen. Het ontstaan van de kerk in Oostwold ging niet over de te volgen leer. De kleine luiden, het gewone volk, hadden binnen de Hervormde kerk geen stemrecht - men betaalde wel een vaste bijdrage maar had verder niets te zeggen. Toen de kleine luiden het stemrecht uiteindelijk hadden verkregen, waren het de notabelen die het hun moeilijk gingen maken. In 1885 waren de eerste besprekingen over de te volgen koers om te komen tot stichting van de Gereformeerde Kerk in Oostwold. Een tiental gezinnen gaf gehoor aan het beleid en zo werden de eerste diensten gehouden bij particulieren thuis. Al gauw werd de ruimte te klein en keek men uit naar een stuk grond om daar een kerkgebouw neer te kunnen zetten.
De eerste kerk werd gebouwd aan de Noorderstraat en kreeg de naam "Pro Rege" (voor de Koning). Het bood 225 zitplaatsen en hier vonden in 1889 de eerste diensten plaats. Een ovale steen uit 1889 uit dit gebouw is aangebracht in de vestibule van de huidige kerk. In de jaren 1900 en later werd meerdere malen verzocht te komen tot verbouw dan wel nieuwbouw van het kerkgebouw. Het aantal kerkleden groeide gestaag. In 1930 werd er een bouwvergunning aangevraagd voor de bouw van een kerk aan de Goldhoorn. Op 17 februari 1930 startte men met de bouw van de nieuwe kerk. Het kerkgebouw met 345 zitplaatsen werd al op 13 november in het zelfde jaar in gebruik genomen.
De kerk werd in 2005 aangewezen als rijksmonument omdat zij geldt als voorbeeld van een Gereformeerde kerk uit 1930 in de provincie Groningen met Amsterdamse School-elementen; vanwege de markante vormgeving en detaillering; vanwege de hoge mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur; vanwege de waardevolle interieuronderdelen; vanwege de markante ligging; als opvallend voorbeeld binnen het oeuvre van de architecten Van Wijk en Broos. De kerk is het jongste monument in de Gemeente Oldambt.
N.B. In het boekje De schoonheid van het detail. De Amsterdamse School in de provincie Groningen (Groningen, 2000) wordt het ontwerp van de kerk ten onrechte aan de architect Berend Jager toegeschreven.
BeschrijvingDe kerk is opvallend teruggerooid gelegen aan de Goldhoorn in Oostwold en wordt aan de voorzijde van de openbare weg gescheiden door een eenvoudig uit omstreeks 1930 stammend hek, dat is opgebouwd uit een laag muurtje van bruinpaarse gesinterde baksteen waartussen vierkante bakstenen pijlers die zijn verbonden middels ijzeren buizen. Ook de oriëntatie is opvallend, namelijk noord-zuid. Het gebouw staat letterlijk op de rand van de zandrug waarop Oostwold ligt: de voorgevel is minder hoog dan de achtergevel.
Het gebouw is opgebouwd uit twee elkaar kruisende volumes, opgetrokken in een zwaargesinterde baksteen en wordt gedekt door een samengestelde kap waarop donkere Hollandse pannen. De entree bevindt zich in de uitgebouwde portiek voor de topgevel. Deze uitbouw heeft dezelfde vorm als de voorgevel van de kerk en wordt omlijst door een spitsboog, afgezet met een rollaag. Dit soort metselwerk is heel kenmerkend voor de Amsterdamse School. De toegang bestaat uit dubbele houten deuren met beslag met daarboven een tweedelig spitsboogvormig bovenlicht met gekleurd glas-in-lood. De beide zijgevels doorbreken de hoekigheid van het gebouw en worden opengebroken door driezijdig gesloten uitbouwen met grote vensters.
Karakteristiek voor de kerk en uniek in Nederland is de hoge ruitvormige naald (22,10 meter boven het maaiveld) die als het ware voortkomt uit de nok van de entreepartij. De naald is van hout en bekleed met zink. De punt is bekleed met bladgoud. De topgevel aan de achterzijde wordt in tweeën gedeeld door de nokschoorsteen, die is doorgetrokken in de gevelwand.
Vooral aan de achterzijde maakt de kerk een rijzige indruk, door het niveauverschil tussen de Goldhoorn en het achterliggende terrein. Het niveauverschil was zo groot dat onder de achterzijde van het gebouw, onder de preekstoel, een hoge kelder aangebracht kon worden, die van buiten toegankelijk was.
Het gebouw is opgebouwd uit twee elkaar kruisende volumes, opgetrokken in een zwaargesinterde baksteen en wordt gedekt door een samengestelde kap waarop donkere Hollandse pannen. De entree bevindt zich in de uitgebouwde portiek voor de topgevel. Deze uitbouw heeft dezelfde vorm als de voorgevel van de kerk en wordt omlijst door een spitsboog, afgezet met een rollaag. Dit soort metselwerk is heel kenmerkend voor de Amsterdamse School. De toegang bestaat uit dubbele houten deuren met beslag met daarboven een tweedelig spitsboogvormig bovenlicht met gekleurd glas-in-lood. De beide zijgevels doorbreken de hoekigheid van het gebouw en worden opengebroken door driezijdig gesloten uitbouwen met grote vensters.
Karakteristiek voor de kerk en uniek in Nederland is de hoge ruitvormige naald (22,10 meter boven het maaiveld) die als het ware voortkomt uit de nok van de entreepartij. De naald is van hout en bekleed met zink. De punt is bekleed met bladgoud. De topgevel aan de achterzijde wordt in tweeën gedeeld door de nokschoorsteen, die is doorgetrokken in de gevelwand.
Vooral aan de achterzijde maakt de kerk een rijzige indruk, door het niveauverschil tussen de Goldhoorn en het achterliggende terrein. Het niveauverschil was zo groot dat onder de achterzijde van het gebouw, onder de preekstoel, een hoge kelder aangebracht kon worden, die van buiten toegankelijk was.
InterieurDe plattegrond van het gebouw bestaat uit een hoofd-ruimte met twee driezijdig gesloten aanbouwen. Het interieur van de kerkzaal geeft een geheel andere indruk dan plattegrond en buitenzijde van het gebouw suggereren. De nadruk op de lengteas met uitgebouwde zij-armen is hier vervangen door een nadruk op de breedte. De architecten hebben door de halfronde opstelling van de banken rond de preekstoel én door het naar voren schuiven van de preekstoel, de kerkzaal in, de kruisvormige plattegrond met driezijdig gesloten armen tot een waaiervormige plattegrond omgevormd. Centraal staan preekstoel, doopvont en orgel, de belangrijkste onderdelen van het protestantse kerk-interieur van die tijd. De kerkvloer loopt licht op. Door de 18 grote rechthoekige vensters valt veel licht in de ruimte.
In het interieur zijn onder meer van belang: de houten kapspanten en de beschoten kap, de houten vloer, de bakstenen lambrisering en de gepleisterde muren, de gladde houten deuren waarin glas-in-lood of gezandstraald glas, de vijfzijdige houten preekstoel deels gedecoreerd met groene tegeltjes (Engels Porselein) waarop een houten lezenaar, de getrapt gemetselde achterwand waarboven een orgelgalerij, het orgelfront, de houten kroonluchter, de zes koperen lampen, het waaiervormige bankenplan met houten banken, in het hoofdportaal de gevelstenen uit 1889 en uit het bouwjaar 1930.
Het orgel is in 1945-1946 gebouwd door de firma Reil uit Heerde en is één van de twee overgebleven orgels van deze orgelbouw-firma met elektro-pneumatische tractuur. Het is het laatste van dit type dat nog wordt bespeeld. Het orgel is in 1985 gerestaureerd door leken. Het aanzien is in de loop van de tijd gewijzigd, zoals blijkt uit een historische foto.
Het kleurgebruik was opvallend voor de tijd: hout en pleisterwerk werden geschilderd in een veelvoud van kleuren als blauw, lila, paars, rood, olijfgroen, lichtgroen, okergeel. Dezelfde kleuren werden gebruikt voor het glas-in-lood. Het schilderwerk van de kansel was in rood met gouden 'biesjes'. Alle kleuren zijn bij de recente restauratie hersteld.
In het interieur zijn onder meer van belang: de houten kapspanten en de beschoten kap, de houten vloer, de bakstenen lambrisering en de gepleisterde muren, de gladde houten deuren waarin glas-in-lood of gezandstraald glas, de vijfzijdige houten preekstoel deels gedecoreerd met groene tegeltjes (Engels Porselein) waarop een houten lezenaar, de getrapt gemetselde achterwand waarboven een orgelgalerij, het orgelfront, de houten kroonluchter, de zes koperen lampen, het waaiervormige bankenplan met houten banken, in het hoofdportaal de gevelstenen uit 1889 en uit het bouwjaar 1930.
Het orgel is in 1945-1946 gebouwd door de firma Reil uit Heerde en is één van de twee overgebleven orgels van deze orgelbouw-firma met elektro-pneumatische tractuur. Het is het laatste van dit type dat nog wordt bespeeld. Het orgel is in 1985 gerestaureerd door leken. Het aanzien is in de loop van de tijd gewijzigd, zoals blijkt uit een historische foto.
Het kleurgebruik was opvallend voor de tijd: hout en pleisterwerk werden geschilderd in een veelvoud van kleuren als blauw, lila, paars, rood, olijfgroen, lichtgroen, okergeel. Dezelfde kleuren werden gebruikt voor het glas-in-lood. Het schilderwerk van de kansel was in rood met gouden 'biesjes'. Alle kleuren zijn bij de recente restauratie hersteld.
Recente ontwikkelingenIn 2012-2013 is de kerk gerestaureerd en in de oorspronkelijke kleuren teruggebracht, zowel binnen als buiten. Dit is onder meer te zien aan de vijfzijdige houten preekstoel, die in de loop der jaren wit gelakt was en bij de restauratie zijn rode kleur terug kreeg, inclusief gouden biesjes. Ook de kerkbanken kregen hun kleuren terug. Jarenlang doorbraken de witgelakte gootlijsten aan de buitenkant de eenheid, maar ook deze zijn in de oorspronkelijke kleur teruggebracht. De restauratie was mogelijk door Rijkssubsidie, giften van (oud-)gemeenteleden en diverse fondsen.
Bronnen
Aart de Goojer, Het kerkgebouw van de Gereformeerde kerk van Oostwold (September 2005).
Jikke van der Spek en Marne de Jong, De schoonheid van het detail. De Amsterdamse School in de provincie Groningen (Regio Projekt Uitgevers Groningen, 2000).
Marianne Kruijswijk en Wieke Horneman, Van glas in lood en bakstenen. Kijken naar Amsterdamse School in Oost-Groningen (Profiel Uitgeverij , Bedum, 2009).
"Protestantse kerk Oostwold Oldambt. Uw bezoek meer dan waard" - Een folder verkrijgbaar in de kerk.
Ingezonden door Gert-Jan Lobbes
Professionele of persoonlijke bandMet dank aan de kerkgemeente en in het bijzonder aan dhr Akkerman voor de rondleiding en de mogelijkheid om foto's te maken van het interieur.
Gerelateerde objecten